Landelijke output monitor voor een effectieve aanpak van laaggeletterdheid

Hoeveel mensen nemen deel aan volwasseneneducatie? En hoe is die informatie bruikbaar om de aanpak van laaggeletterdheid nóg effectiever te maken? Ondersteunt door de VNG/Divosa werken het Rijk, het CBS en gemeenten samen aan een landelijke output monitor om dit alles in kaart te brengen.

Hand duim omhoog
©Tel mee met Taal

Inzicht in resultaten

De nieuwe monitor is bedoeld om gemeenten te helpen een betere regiefunctie te krijgen en te houden. Ook geeft het de landelijke politiek inzicht in de resultaten van de aanpak van laaggeletterdheid. We doen tot aan de zomer een pilot met het CBS, 16 gemeenten en een aantal aanbieders om het monitoren te beproeven. Het plan is dat CBS in 2022 start met een eerste landelijke output monitor.

Deze keuzes zijn gemaakt:

  • Er worden geen persoonsgegevens geleverd aan het CBS voor de landelijke monitor.
  • De set te leveren gegevens wordt beperkt om de administratieve lasten te beperken.
  • Gemeenten mogen zelf kiezen of zijzelf of aanbieders gegevens laten aanleveren bij het CBS. Daarmee wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan lokale en regionale verschillen.
  • Gemeenten hebben keuzevrijheid in hun eigen registratie en lokale monitor als bron voor de CBS-aanlevering. Gemeenten zijn dus vrij om te kiezen of ze wel of geen persoonsgegevens van deelnemers registreren, wat ze meten in de outcome van educatietrajecten (sociale inclusie, participatie, niveauverhoging) en welk systeem ze daarvoor willen gebruiken.

Van data naar tool

Rijk en gemeenten hebben afgesproken te starten met een basisset van outputgegevens. Die bestaat uit:

  1. Aantal deelnemers
  2. Geslacht
  3. Leeftijd 
  4. NT1/2
  5. Postcode/gemeente
  6. Type cursus/aanbod

Het ministerie van OCW laat mogelijk een aantal koppelingen maken met bestaande systemen, om de gegevens van aanbieders en gemeenten makkelijk naar het CBS te krijgen. Het ministerie van OCW biedt als dat nodig is ook een kosteloze registratietool aan voor gemeenten en aanbieders die er gebruik van willen maken. Bijvoorbeeld als zijzelf geen eigen monitoringsysteem gebruiken.

Bruikbare gegevens

De komende jaren kijken we of de informatiebehoeften toenemen en of de monitor wordt uitgebreid. Om te beginnen heeft de bassisset een beperkte reikwijdte. Een aantal redenen daarvoor zijn:

  1. Door het ontbreken van persoonsgegevens is het niet mogelijk om dubbelingen uit te sluiten. Bijvoorbeeld als mensen gelijktijdig meerdere trajecten volgen.
  2. Aanbieders zijn niet verplicht om gegevens aan te leveren bij het CBS, tenzij zij iets anders hebben afgesproken met gemeenten.
  3. Gegevens en lokale monitorsystemen zijn niet gestandaardiseerd. Het kan zijn dat daardoor niet alle gegevens bruikbaar of vergelijkbaar zijn.
  4. Afhankelijk van het detailniveau van de aangeleverde gegevens (op groepsniveau of per inschrijving) kunnen we meer of minder inzicht krijgen in deelname.