werk

Succes taallessen op de werkvloer verspreidt zich ‘als een olievlek’

‘Alles is te leren’ – onder dat motto gaan de mannen van de groenvoorziening in Leeuwarden elke donderdag voor dag en dauw aan de slag. Niet met hark en schoffel, maar met letters en cijfers. De taal-, reken- en digitale vaardigheden van deze ‘groenmannen’ groeien net zo hard als hun zelfvertrouwen; ze wonnen er zelfs de TaalHelden Publieksprijs mee. Opvallend is dat ook hun collega’s, werkgever én andere organisaties meegroeien. Dat de positieve effecten zo groot zouden zijn, had initiatiefnemer Maarten de Koning niet kunnen vermoeden. “Het werkt als een olievlek.”

We zijn benieuwd naar de rol van de werkgever en vragen Maarten de Koning, coördinator Veiligheid en Trainingen bij de buitendienst van de gemeente Leeuwarden, hoe hij de werknemers in beweging heeft gekregen. “Wij zijn heel langzaam begonnen”, vertelt hij. “Eerst hebben we twee medewerkers als ambassadeur aangewezen en toen begon het langzaam rond te zingen. Vervolgens is Taalcoördinator van het Friesland College Lucie Jeeninga, die de lessen geeft, in de kantine gaan zitten om rustig kennis te maken en vertrouwen op te bouwen. Het is essentieel dat meedoen vrijblijvend is en niet wordt opgelegd. Als werkgever hebben we elke ‘ja maar’ – vreemde omgeving, onbekende mensen, buiten werktijd – weggenomen. Dán kun je pas starten.”

Verkeerde perkje leeggeharkt

Maarten licht toe dat ze de taal- en digivaardigheden van de groenmannen wilden verbeteren omdat de communicatie niet goed verliep. “Er is meer dan eens een verkeerd perkje leeggeharkt omdat iemand de straatnaamborden niet kon lezen. Bij de veiligheidstrainingen bleek het moeilijk om de instructies over te brengen, met alle risico’s van dien.” Daarop stelde hij de kwestie binnen de gemeente aan de kaak en kwam zo in contact met Lucie Jeeninga.

Eigen leerwens leidend

Voor Lucie is de individuele leerwens leidend. Of iemand nu wil leren schrijven, lezen, omgaan met de muis of internetbankieren: “De cursist is regisseur van zijn eigen kunnen. Hij maakt de stappen die hij zelf wil zetten, op zijn eigen niveau. Dat maakt het een succes. We kijken per les wat de cursist die dag gaat doen. Het kan dus dat iemand binnenkomt voor een computerles, ongemerkt doorstroomt naar taal en vervolgens rekenen oppakt – zonder dat ik daar iets over hoef te zeggen. Dat is mooi om te zien.”

Praktische lessen

De lessen zijn heel praktisch. “Tijdens de taalles hebben we gepraat over de processierups, en hoe je die kunt bestrijden. Met de rekenles oefenen we bijvoorbeeld met geld omgaan: welke biljetten heb je nodig om een broek van 39 euro te kopen. Cursisten die oefenen op de computer, zie je soms overal op klikken totdat ze de juiste knop hebben gevonden. Wanneer ik dan vraag: wil je ook iets over computeren leren, zeggen ze: daar heb ik helemaal niks mee. En dan zeg ik: je hebt anders net je eerste les gehad!”

“Ik schaam me niet meer”

De groep begon een jaar geleden met twee cursisten en is nu veertien man sterk. Een van hen is medewerker groenvoorziening Bauke Volbeda. Toen hij met de lessen begon, lukte lezen niet goed. Nu leest hij thuis de krant, rustig op zijn eigen tempo. En als hij even weg moet, schrijft hij een briefje voor zijn vriendin. Ook in zijn werk merkt hij vooruitgang. “Ik kan de straatnaambordjes lezen en hoef veel minder om hulp te vragen.”

Samen met collega’s

Bauke ervaart het als prettig dat hij de lessen samen met collega’s volgt, gewoon op de werkvloer. Als hij in z’n eentje naar een cursus had gemoeten, had hij het waarschijnlijk niet gedaan. “Het voelt goed dat collega’s het nu weten. Ze lachen me niet uit, maar helpen me.” Sinds hij de taallessen volgt, voelt hij zich zelfstandiger: “Ik schaam me niet meer.” Anderen zou hij de lessen zeker aanraden: “Gewoon doen! Je steekt iets op en voelt je beter”. Bauke ervaart slechts één nadeel: “De lesuren gaan veel te snel voorbij!”

Minder miscommunicatie, meer begrip

We vragen Maarten waarom een werkgever zou investeren in een project als dit. Wat levert het op? “Er is minder miscommunicatie en meer begrip bij collega’s. De deelnemers zijn mondiger en hun gevoel van eigenwaarde is enorm gegroeid. Van alle teams hoor ik dat het veel rustiger is in de groep, collega’s bieden aan om elkaar te helpen en er zijn geen pesterijtjes meer. Deze positieve invloed zie je in de hele buitendienst. Ik ben ervan overtuigd dat het door dit project komt.”

Ziekteverzuim omlaag

“We zien ook effecten op het verzuim, dat hier aan de hoge kant is. In de groep cursisten gaat het verzuim omlaag. Voorheen kregen we weleens een ziekmelding omdat iemand thuis een moeilijke brief had gekregen – ‘ik meld me maar ziek, dan heb ik de tijd om iets te gaan regelen’. Nu nemen ze die brief mee naar de taalles.”
Zo kon het gebeuren dat een brief die een cursist van het CJIB kreeg, de aanleiding was voor een nieuwe manier van communiceren bij deze organisatie. Lucie licht toe: “We hebben het CJIB uitgenodigd om met onze taalcursisten in gesprek te gaan. Met de hier opgedane inzichten hebben ze hun brieven aangepast. Het gevolg is dat de respons hoger is en er meer boetes worden geïnd.” Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe ver de invloed van een taalproject op de werkvloer kan reiken. “Het werkt als een olievlek”, aldus Maarten.

Testpanel voor de gemeente

Ook voor de gemeente Leeuwarden heeft het project van de groenmannen een verandering in gang gezet. Beleidsmedewerkers komen regelmatig aanwaaien tijdens de wekelijkse lessen om te vragen wat de deelnemers van een tekst vinden. De cursisten fungeren zo als intern testpanel en de gemeente herschrijft haar brieven nu naar B1-niveau. Het project zou in eerste instantie een jaar duren, maar gezien het succes heeft de gemeente het voor onbepaalde tijd verlengd. Een mooie erkenning is dat de groenmannen de TaalHelden Publieksprijs 2018 hebben gewonnen, een prijs die Stichting Lezen & Schrijven uitreikt aan mensen die zich op een unieke manier inzetten voor een geletterd Nederland.

Hoe krijg je de organisatie mee?

Maarten deelt zijn ervaringen met ketenpartners, het schoonmaakbedrijf om de hoek en andere gemeenten. “Een terugkerende vraag is hoe wij het voor elkaar hebben gekregen om de hele organisatie mee te krijgen. Mijn eerste tip is: simpelweg beginnen! En de tweede: zorg dat er iemand voor de klas staat die deze doelgroep begrijpt. Als de organisatie eenmaal ervaart wat de meerwaarde is, willen ze wel in beweging komen. Uiteindelijk draait het voor elke werkgever om de vraag hoe je – voor iedereen – werkgeluk kunt creëren. Je mist misschien 20 of 40 uur arbeidstijd per week, maar dat is niets als je kijkt naar de resultaten die je kunt behalen.”

Winterprogramma

Zo’n resultaat kan ook een nieuw inzicht zijn. “Dankzij dit project hebben wij als werkgever ingezien dat niet iedereen weet hoe een computer werkt. En dat terwijl we het personeel regelmatig naar ons intranet verwijzen voor belangrijke onderwerpen. Als werkgever weet je dan één ding zeker: deze groep bereik je niet.”

Uit dit inzicht is het winterprogramma ontstaan. “’s Morgens vroeg is het nog te donker om buiten aan de slag te gaan. Die uurtjes zetten wij nu in om de informatie van intranet over te brengen aan deze groep. We nodigen iemand van de OR uit, laten een BHV’er vertellen wat hij doet of gaan in gesprek over de arbowet of de cao. Uiteindelijk draait het allemaal om communicatie: hoe benader je iemand, hoe communiceer je met je eigen mensen – dat zijn dingen die ik van deze club geleerd heb.”

Lege uurtje inzetten

Maarten en zijn team zijn nu bezig met de volgende stap: het trainingsprogramma aanpakken. “De verplichte trainingen voor bosmaaien en kettingzagen willen we in eigen beheer gaan doen, in ons eigen tempo met onze eigen trainers. Een cursus bosmaaien duurt normaal één dag; wij ontwikkelen nu een programma waarin we er drie weken mee bezig zijn. Elke keer een uurtje. Als het slecht weer is (en de plantsoenendienst niet veel kan doen), gaan Bauke en zijn collega’s van de buitendienst hier in het leslokaal zitten om met een klein groepje in alle rust door de theorie heen te lopen. Op die manier is het behalen van het papiertje ook haalbaar voor de minder taalvaardige collega’s. En kunnen we iedereen vertrouwd op pad sturen met de bosmaaier.” De bedoeling is om het programma op termijn te delen met andere gemeenten.

Meten

Tot slot vragen we naar de meetbaarheid van de resultaten. Lucie: “Je kunt meten of iemand de ‘ou’ van de ‘au’ kan onderscheiden, maar wat het met diegene doet, hoe hij zich voelt, hoe hij zich kan uiten, die zaken zijn lastiger te meten.” Ze haalt het voorbeeld aan van een cursist die wilde leren Skypen, zodat hij contact kan hebben met zijn familie in het buitenland. “Voor hem is de wereld groter geworden.” Kortom, de cursist is niet alleen een paar uur per week bezig met taal, rekenen of de computer; de invloed op zijn werk, zijn leven én zijn omgeving is veel breder.

Vraag subsidie aan voor jouw taal-, reken- of digicursus op de werkvloer!

Ben je geïnspireerd geraakt door de groenmannen en heb je zelf een idee voor taallessen, rekenlessen of digicursussen bij jou op de werkvloer? Vraag dan subsidie aan bij Tel mee met Taal. Hier vind je meer informatie over de subsidies van Tel mee met Taal.

Meer informatie

Wil je meer weten over de aanpak in Leeuwarden? Neem dan contact op met Maarten de Koning, telefoon (058) 750 54 75, e-mail maarten.dekoning@leeuwarden.nl.

Maarten de Koning