onderzoek

Behoeftenonderzoek taalontwikkeling, ouderbetrokkenheid en participatie

Er wordt veel gepraat over ‘ouderbetrokkenheid’ en ‘educatief partnerschap’. Er worden allerlei programma’s voor ouders opgezet. Maar wat vinden de ouders er zelf eigenlijk van? Wat is hun visie, wat willen zij leren in een programma? En komen die wensen overeen met die van de andere betrokkenen, de scholen en de gemeenten? In dit behoeftenonderzoek zijn de wensen en visies van de drie partijen in kaart gebracht.

Er hebben 122 ouders aan het onderzoek deelgenomen (92 anderstalig en 11 Nederlandstalig). Zij werden geïnterviewd en vulden vragenlijsten in. Medewerkers van tien po-scholen en één vo-school vulden digitale vragenlijsten in, evenals twaalf beleidsmedewerkers van tien gemeenten.

De behoeften en visies van ouders, scholen en gemeenten komen op veel punten overeen. Zo delen de drie partijen de visie op het educatief partnerschap. Unaniem vindt men dat scholen en ouders samen verantwoordelijk zijn voor het leren van kinderen. Zowel ouders, scholen als gemeenten vinden het belangrijk dat de school en ouders goed contact hebben en met elkaar samenwerken. Scholen/schoolbesturen verwachten dat ouders met hun kind praten over school, hun kind voorlezen en andere leerzame activiteiten doen. Ouders willen dat graag. Daarbij hebben ze behoefte aan ondersteuning op dit gebied. Voorts verwachten gemeenten van ouders dat zij zich inspannen om Nederlands te leren en dat zij hun kinderen ondersteunen bij het leren.

Educatieve partners

Ook is er overeenstemming over wat ouders moeten kunnen en weten om hun rol als partner van de school te kunnen vervullen. De scholen/schoolbesturen zien graag dat ouders Nederlands spreken, lezen en schrijven en weten wat kinderen leren op school. Ook de ouders geven aan meer te willen weten over wat de kinderen doen en leren op school. Men heeft behoefte aan inhoudelijk kennis over de schoolvakken, het Nederlandse onderwijssysteem, de gang van zaken op school en educatieve middelen als boeken en spelletjes. Bij de anderstaligen is er behoefte aan meer vaardigheid in het voeren van gesprekken en het begrijpen van mondelinge en schriftelijke informatie. Vrijwel alle ouders willen graag meedoen met allerlei activiteiten op school, van het schoonmaken van speelgoed, leesouder zijn tot en met meepraten in de medezeggenschapsraad. Ook de scholen hebben behoefte aan de participatie van ouders.

Verschillen tussen ouders

Er zijn twee groepen ouders met verschillende behoeften te onderscheiden:

  • De groep ouders die het Nederlands niet of op een heel laag niveau spreekt, wil eerst en vooral Nederlands leren spreken. Ze voelen zich nu niet capabel om hun kind goed te begeleiden en om het contact met school goed vorm en inhoud te geven.
  • De Nederlandstalige ouders en de anderstalige ouders die redelijk tot goed Nederlands spreken willen vooral meer informatie over school, huiswerk en over hoe zij hun kind kunnen helpen. Daarbij willen ze praktische voorbeelden.

Aandachtspunten

Naast de overeenkomsten laat het onderzoek ook verschil van mening zien op een viertal gebieden.

  • Meertaligheid

Veel anderstalige ouders zouden meer willen weten over hoe ze hun kind in de eigen taal kunnen helpen. Ook beleidsambtenaren zien ruimte voor meertaligheid. Echter, ruim de helft van de scholen vindt dat anderstalige ouders niet alleen in school Nederlands moeten spreken, maar ook thuis hun kinderen in het Nederlands moeten begeleiden met schoolwerk. Ook wordt gezegd dat ouders thuis met hun kind Nederlands spreken.

  • Communicatie ouder-school

Alle betrokkenen vinden het belangrijk dat ouders de informatie van school kunnen begrijpen. Enerzijds moeten ouders hun Nederlands verbeteren, anderzijds moeten scholen hun informatie zo vormgeven dat alle ouders het kunnen begrijpen. In de praktijk kan dit wel eens wringen. Zo zegt een school de informatie niet zo te willen versimpelen dat ze dan hoger opgeleide en meer taalvaardige ouders van zich vervreemdt. Sommige ouders geven aan dat scholen dingen soms onnodig moeilijk formuleren en dat de school hen niet begrijpt.

  • Huiswerk

De meeste ouders willen hun kinderen graag helpen met huiswerk. Zij vinden dat de school te weinig huiswerk geeft. De scholen vinden meer huiswerk juist niet gewenst. Ook zijn ze terughoudend met betrekking tot de inzet van ouders bij het huiswerk, onder andere omdat zij het idee hebben dat ouders het huiswerk op een manier aanpakken die averechtse gevolgen kan hebben.

  • De inhoud van de oudercursus

Vrijwel alle anderstalige ouders willen zowel Nederlands leren voor zichzelf als om de ontwikkeling van hun kind te steunen. Ze willen de taal leren zodat ze goed met de leerkracht kunnen communiceren en mee kunnen doen op school.

Scholen/schoolbesturen en gemeenten vinden het weliswaar belangrijk dat ouders goed Nederlands spreken, maar de focus van het beleid ligt de laatste tijd bij het versterken van het educatief thuismilieu. Een aantal gemeenten en scholen/schoolbesturen legt in hun aanbod een verbinding tussen de taalontwikkeling van de ouders en het educatief thuismilieu. Andere gemeenten en scholen/schoolbesturen doen dit niet, terwijl zij tegelijkertijd wel constateren dat de beperkte taalvaardigheid (in het Nederlands) een goed educatief thuismilieu in de weg staat.

Aanbevelingen

  • Verbind het versterken van het educatief thuismilieu aan de taalontwikkeling van ouders

In veel gemeenten ligt de nadruk op het versterken van het educatief thuismilieu. Anderstalige ouders willen echter ook hun eigen taalontwikkeling en de interactie op school in het programma. Er is winst te behalen door een expliciete verbinding te leggen tussen het versterken van het educatief thuismilieu en de taalontwikkeling van de ouders. Een functionele benadering waarbij de taalontwikkeling van de ouders gekoppeld is aan het versterken van het educatief thuismilieu lijkt het beste aan te sluiten bij de behoeften van de ouders.

  • Investeer in ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid

Het is zinvol dat scholen blijven investeren in ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid op school. Ouders staan er open voor om op school te participeren op een manier die past bij hun mogelijkheden en capaciteiten. Een deel van de ouders is ook geïnteresseerd in formele participatie en hoopt zich in die richting te kunnen ontwikkelen. Dit kan leiden tot meer kennis en vaardigheden bij de ouders, betere communicatie tussen school en ouders en dit kan vervolgens een gunstige invloed hebben op het educatieve thuismilieu.

  • Communiceer open en positief

Voor communicatie zijn beide kanten nodig. Enerzijds kunnen scholen rekening houden met het taalniveau van ouders en ouders uit andere culturen met een open en positieve houding tegemoet treden. Anderzijds is het nodig dat ook ouders een open en positieve houding ten opzichte van de school hebben en moeite doen om in het Nederlands met leerkrachten te kunnen communiceren.

  • Geef aandacht voor meertaligheid

Bij deskundigheidsbevordering van scholen verdient het aanbeveling het thema van de meertaligheid op te nemen.

  • Geef voorbeelden van de aanpak voor huiswerk

Helpen met huiswerk is een breed gedeelde behoefte van ouders. Zij vragen om voorbeelden en handvatten om hun kind met huiswerk te helpen. Het verdient aanbeveling ouders die voorbeelden te geven en te coachen in de aanpak van huiswerk. Ouders moeten daarbij kinderen wel ruimte/autonomie blijven geven en de druk tot presteren moet niet te hoog worden.

Meer informatie