gezin

Taal voor Thuis

Taal voor Thuis is een initiatief van de Stichting Lezen & Schrijven. Taal voor Thuis is een cursus voor laaggeletterde ouders, waarmee zij leren om de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. De ouders krijgen ook oefeningen ter verbetering van hun eigen Nederlands. De cursus wordt gegeven door speciaal getrainde vrijwilligers op de voorschool of op school.

Taal voor thuis in het kort
Het lesmateriaal van Taal voor Thuis bestaat uit oefeningen rond thema’s die aansluiten bij herkenbare situaties voor de ouders en hun kinderen. Het bestaat uit twee delen: een deel voor ouders van 2 tot 6 jaar en een voor 6 tot 12 jaar. Op deze manier wordt een doorgaande leerlijn gecreëerd. Tijdens de oefeningen, zoals met het 10 minuten-gesprek en het lezen van een uitnodiging voor de ouderavond of het schoolrapport, wordt concreet gewerkt aan ouderbetrokkenheid.

Taal voor thuis en ouders
Deelnemende ouders krijgen een oudercursus van een half jaar en gratis lesmateriaal in dezelfde thema’s als waar de kinderen mee werken. De (voor)scholen en ouders krijgen ondersteuning van één of meer taalvrijwilligers om de cursus uit te voeren. Deze vrijwilligers coachen ouders in groepjes of individueel.

Onderzoek naar de effectiviteit van het programma
Het project Taal voor Thuis is augustus 2012 gestart en zal doorlopen tot en met 2015, parallel aan Taal voor het Leven. Binnen deze periode worden er diverse proefimplementaties van bestaande en nieuwe interventies uitgevoerd in minimaal drie regio’s.

Alle deelnemende cursisten van Taal voor Thuis worden aan het begin en aan het eind van de training getoetst op  taalvaardigheid en sociale inclusie (o.a. via de participatieladder). De resultaten worden bijgehouden in een volgsysteem. Op basis van die resultaten loopt er een effectonderzoek aan de hand van de resultaten per cursist over het hele project mee, waardoor de effecten van dit deelproject apart bekeken kunnen worden. Hiernaast wordt bereik van de doelgroep en organisaties gemonitord. Monitor en effectonderzoek worden uitgevoerd door de Universiteit van Maastricht. De resultaten komen beschikbaar in 2016.

Meer informatie