gezin

Nested strategies to promote language and literacy skills

Vanaf de jaren ‘60 zijn er in de VS veel initiatieven en programma’s geweest met betrekking tot  vroegschoolse educatie (VVE) en Family Literacy. VVE en Family Literacy zijn krachtige instrumenten om (voorspelbare) onderwijsachterstanden tegen te gaan.

Op basis van onderzoek en ervaringen formuleren de auteurs 11 strategieën om tot een hoger rendement te komen van VVE programma’s en Family Literacy programma’s. De strategieën zijn gebaseerd op onderzoek en ervaring en zijn toepasbaar op alle niveaus: met kinderen, ouders, leerkrachten, coaches, directies en beleidsmakers

1. Uitgebreid onderwijs – verrijkte verzorging

Alle volwassenen zijn zich er van bewust dat onderwijsdoelen gemakkelijker worden bereikt als naast onderwijs gebruik wordt gemaakt van alledaagse ervaringen. Zo kunnen leerkrachten pauzes en gymlessen gebruiken voor leerzame ervaringen. Ouders kunnen alledaagse routines gebruiken om te leren, bijvoorbeeld door het kind te laten beschrijven wat de ouder doet, te vragen wat de volgende stap of activiteit zal zijn, door te zingen, te rijmen, gesprekjes te voeren: kortom alledaagse activiteiten gebruiken voor leerzame ervaringen.

2. Positieve relaties

Warme, respectvolle en responsieve relaties  en interacties op alle niveaus: directeur-uitvoerder, uitvoerder-ouder, ouder- kind. Positieve relaties zijn enorm belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Het is belangrijk om ouders niet alleen te informeren over het belang van positieve relaties, maar om dit ook voor te doen.

3. Taal heeft prioriteit

Het bewustzijn van en centraal stellen van het belang van taal(ontwikkeling) bij jonge kinderen zowel op de(voor)school als bij ouders. Ouders kunnen bijvoorbeeld met tips en huisbezoeken geholpen worden om thuis de taalontwikkeling te versterken. Dit kan ook in school en in het beleid worden verankerd.

4. Scaffolding

Op alle niveaus steun bieden om iemand naar een volgend niveau te brengen. Scaffolding is het hart van alle ingebedde strategieën, bedoeld om op alle niveaus volwassenen en kinderen te ondersteunen om zich te ontwikkelen. De bedoeling is om alleen die steun te geven die volwassenen en kinderen nodig hebben en die steun ook weer af te bouwen zodat ze het zelf kunnen.

5. Opmerken, helpen en vertellen (de 3 N’s: Notice, Nudge, Narrative)

Dit is een specifieke manier van scaffolding.  De leerkracht/ouder beziet eerst wat het kind doet en benoemt dat. Het kind weet nu dat het de aandacht heeft. De leerkracht/ouder moedigt hem dan aan om een niveau hoger te gaan of om iets op een andere manier aan te pakken. Daarna worden de activiteiten van het kind verwoord. Het is aan het kind of het de aanmoediging oppakt of niet. Zo ja, dan biedt dat een leermoment, zo niet, dan komen er nog genoeg andere mogelijkheden waarop de 3N strategie kan worden toegepast. De 3N kan ook worden toegepast op andere niveaus, bijvoorbeeld met ouders of leerkrachten.

6. Interactief voorlezen

Communicatie over en weer gekoppeld aan leesactiviteiten en een instructief gesprek. Communicatie over en weer betekent dat er steeds een rolwisseling plaats vindt. Uit onderzoek blijkt dat ouders door deel te nemen aan interactief lezen, andere reactiepatronen aanleren. Voorbeelden van vraagsoorten: 1. Vragen over kenmerken van het boek, 2. Onderscheid maken tussen plaatjes en geschreven tekst, 3. Vragen naar letters, 4. Vragen naar woorden, 5. Praten over woorden en zinnen, 6. Wie, wat, waar,wanneer,waarom vragen.

7. Zien, tonen, zeggen (3S see, show, say)

Verwijst naar drie niveaus van reageren bij interactief lezen. In eerste instantie kun je kinderen naar iets laten kijken en benoem je dat: ‘Kijk, een beer’. Vervolgens kan het kind iets aanwijzen in het boek: ‘Wijs de hoed van de jongen eens aan’. En tot slot kan het kind dit benoemen of er iets over vertellen: ‘Wat is dat?’ ‘Wat doet het meisje straks?.

8. Voor, tijdens, na

Elke activiteit kun je voorbereiden en voorbespreken, uitvoeren en er op terugkijken (VUT-model). Ouders kunnen dat doen bij het samen lezen, leerkrachten bij het plannen van hun lesactiviteiten, begeleiders bij hun huisbezoeken et cetera.

9. Probleem oplossen

Stapsgewijs werken aan verkennen en oplossen van problemen en daarmee aan het probleemoplossend vermogen. De auteurs onderscheiden zeven stappen: 1. Herkennen van het probleem,  2. Doelen vaststellen,  3. Alternatieve oplossingen op een rijtje zetten,  4. Beslissen,  5. Implementeren en 7. Evalueren.

10. Strategieën voor groepssamenstellingen

Gebruik maken van wisselende groepen en groepsgroottes bij instructies afhankelijk van de leeftijd en behoeften van de leerder. Dit is belangrijk voor zowel kinderen als ouders.

11. Monitoren van vorderingen/ontwikkelingen

Zorgen voor doorlopende dataverzameling en analyses waarmee je kunt vaststellen of strategieën goed geïmplementeerd zijn en of resultaten worden behaald. Dit geldt op het niveau van kinderen en ouders, maar ook voor het beleid van een school of overheid.

Meer informatie

Handbook of Family Literacy