algemeen

Een kijkje in de keuken van het leesonderwijs

Het Koning Willem I College in Den Bosch is een van de drie mboscholen die meedoen met de pilot de Bibliotheek op school in het mbo. Een kijkje in de keuken van het leesonderwijs op de afdeling Financiën & Recht.

Veel ruimte hebben ze niet, de tweedeklassers van de mbo-afdeling Financiën & Recht van het Koning Willem I College (kw1c) in Den Bosch. Maar dat maakt ze niet minder enthousiast over de pijpenla die nu een jaar als schoolbibliotheek functioneert. ‘Er valt veel meer te kiezen,’ merkt Jennifer op terwijl ze de titels in de houten stellingkasten langsloopt. ‘En wat fijn is, de boeken zijn ingedeeld op niveau en thema.’ Klasgenoot Demi – vooral blij dat er sinds de start van de mbo-pilot van de Bibliotheek op school meer boeken van bekende schrijvers in de bieb staan – tipt haar ondertussen Paper Towns. ‘Je weet wel’ – en ze houdt het boek omhoog – ‘van John Green, die The Fault in Our Stars heeft geschreven, dat ook verfilmd is.’ Zelf pakt ze na een korte zoektocht Suzanne Collins’ Hongerspelen uit het schap. ‘Ik ken de film en die vind ik echt goed,’ licht ze haar keuze toe.

Geen studieboeken

Voor de selectie van de bibliotheektitels zijn leesconsulent Yannic van Daele en leraar Nederlands van Financiën & Recht Okke Blaauw gezamenlijk verantwoordelijk. Van Daele is vanuit de Bibliotheek Den Bosch twee keer per week vier uur aanwezig. Ze helpt de studenten, laat de bijna duizend bibliotheektitels regelmatig rouleren en verzorgt het gedicht van de week dat bij de ingang hangt. ‘Studie- en vakboeken zal je hier niet vinden,’ klinkt het stellig, ‘maar verder is hier van alles, variërend van sportboeken voor de leesvermijders tot de betere ya en titels voor volwassenen. Die staan trouwens expres door elkaar. We willen dat studenten in een positieve leesspiraal raken. Allemaal komen ze met de vraag of ik iets duns voor ze heb. Dan zeg ik: ik leen geen boeken voor een uur. Dun is niet per se makkelijk. De focus van school en bibliotheek ligt op leesplezier en het ontwikkelen van leesmotivatie en literaire competenties. Als ik jongens via de De Grijze Jager-serie enthousiast krijg voor Piratenzoon van Rob Ruggenberg, ben ik al heel tevreden.’

Van reality reeks naar eus

Blaauw onderschrijft het belang van vrij lezen. ‘Als leerlingen hier op school komen moet ik ze sowieso eerst aan het lezen zien te krijgen,’ vertelt hij. ‘De meesten komen van het vmbo. En als ze ergens het lezen wordt afgeleerd, is het daar. Met tien jaar vmbo-ervaring durf ik dat wel te stellen. Er is een gebrek aan creatieve verwerkingsopdrachten en docenten missen kennis van de jeugdliteratuur – inmiddels echt een volwassen genre. Vanaf het eerste leerjaar laat ik de studenten lezen naar eigen keuze. Dat kunnen Jonge Lijsters zijn, of boeken uit de Reality Reeks. Sportbiografieën doen het ook goed. In de derde zie je ze dan de overstap maken naar Eus, of Murat Isik. Alles wat ze lezen verwerken ze in een leesdossier. Mijn doel is tijdens hun eindexamen een volwassen gesprek met ze te voeren over hoe ze de boeken ervaren hebben. Daarbij moeten ze inhoudelijke argumenten gebruiken om hun mening te onderbouwen en het woord “leuk” vermijden. Ze hoeven van mij geen proza te kunnen analyseren.’

Beetje dwang

Voordat de school zich op initiatief van de Bibliotheek Den Bosch en Marlies de Groot, beleidsontwikkelaar van het kw1c, bij de pilot aansloot, had Blaauw vrij lezen in de klas al stevig verankerd in zijn les. Geïnspireerd door een in 2013 georganiseerde studiemiddag van Stichting Lezen waar het Deltion College uit Zwolle een voordracht hield over schoolbreed lezen op het mbo, besloot hij iets te doen aan de leescultuur op het kw1c. ‘Eerst heb ik dankzij steun van de directeur drie boekenkasten in de klas samengesteld,’ vertelt hij. ‘Vervolgens heb ik ingevoerd dat van de twee keer anderhalf uur Nederlands het eerste halfuur aan vrij lezen wordt besteed, onder het motto “meer lezen, beter in taal”.’ Hij toont de brochure met de gelijknamige titel en vervolgt: ‘Onderzoek toont een direct verband tussen leesvaardigheid en intellectuele vorming. Vrij lezen bevordert de taalontwikkeling en intelligentie. Voor mij is dit de enige manier om studenten individueel op een hoger plan te brengen. Overigens vind ik een duwtje in de goede richting niet verkeerd. Dat geeft ze het gevoel dat ze lezen serieus moeten nemen. Een beetje dwang, daar is niemand ooit slechter van geworden.’

Boven verwachting

De pilot van de Bibliotheek op school heeft een stimulerend effect op studenten en leraren, merken betrokkenen. De Groot, ook projectleider van de Bibliotheek op school, vertelt dat de mbo-school met ruim twaalfduizend leerlingen bewust voorzichtig op ‘maar’ drie afdelingen met de pilot van start is gegaan, zodat eventueel kon worden bijgestuurd. ‘Maar,’ zegt ze, ‘dat is helemaal niet nodig. De pilot draait boven verwachting. Wat we hebben neergezet werkt. Er wordt geleend. En er wordt gelezen. Heel belangrijk en doeltreffend is de nabijheid van de bibliotheek op de betreffende afdeling, zodat een collectie op maat in de directe leeromgeving van de studenten staat.’ Blaauw bevestigt dat. ‘De meerwaarde van de bibliotheek is enorm. Samen met Yannic kan ik de collectie aanpassen aan de wensen van studenten. Zo kan ik maatwerk leveren.’

Toekomstdoel

Van Daele is niet verbaasd over de positieve uitkomst van de pilot. ‘De Bibliotheek Den Bosch heeft al tien jaar ervaring met de Bibliotheek op school in het basis- en voortgezet onderwijs. Het was logisch hetzelfde concept toe te passen: komt de jeugd niet naar de boeken, dan brengen we ze wel naar de jeugd. We weten dat dat werkt.’ De Groot: ‘Collega’s zien rust in de klas. Dat spreekt aan. Driekwart van de afdelingen wil inmiddels meedoen. Dit schooljaar breiden we uit naar vijf. Vier daarvan krijgt Yannic onder haar hoede. In 2020 stopt de pilot. Maar dan hoop ik dat de hele school en het college van bestuur het belang van lezen in de les en het positieve effect ervan op het leerklimaat onderkennen. Literatuur is op het mbo niet verplicht, maar mijn doel is dat fictie hier onderdeel van het programma Nederlands wordt.’ Van Daele: ‘Er valt zoveel winst te behalen. Dat merk ik iedere keer weer. Neem dat meisje dat ik Onbreekbaar van Hans Hagen meegaf en dat terugkwam met de opmerking, “Sommige gedichten vond ik wat wazig, maar er zaten er een paar bij waar ik de rest van mijn leven echt wat aan heb.” Dat is toch van onschatbare waarde?’

Dit artikel verscheen in lezen magazine jaargang 13 nummer 3 2018, een uitgave van stichting lezen.