werk

Lage taalvaardigheid (h)erkennen

Hoe is eigenlijk de balans tussen de taalvaardigheid die een werknemer daadwerkelijk heeft én de taalvaardigheid die hij of zij nodig heeft om een functie goed te vervullen? De indicatoren van CINOP helpen je om beperkte taalvaardigheid (tijdig) te signaleren.

Herkennen van onvoldoende taalvaardigheid
Bij onvoldoende taalvaardigheid gaat het om de balans tussen de taalvaardigheid en de taalbehoefte om een functie goed te kunnen vervullen. Die verhouding kan op verschillende taalniveaus uit evenwicht zijn, zowel bij medewerkers met een laag taalniveau als bij medewerkers met een hoger taalniveau.

Tijdig signaleren
Breng je de lage taalvaardigheid vooraf in kaart, dan kan de verbetering van de taalvaardigheid deel uitmaken van het persoonlijke ontwikkelplan van een medewerker en ook gemonitord word. Doe je dit achteraf, dan heb je – zowel als werkgever als werknemer – de nadelen van onvoldoende taalvaardigheid eigenlijk al ondervonden

Aanwijzingen voor beperkte taalvaardigheid
Een beperkte spreekvaardigheid komt op de werkvloer eerder naar voren dan een beperkte lees- of schrijfvaardigheid. Je hoort het vrij snel als iemand moeilijk uit de voeten kan met de Nederlandse taal. Moeite met lezen is meestal lastiger te achterhalen. Maar er zijn wel aanwijzingen voor een beperkte taalvaardigheid. Het valt bijvoorbeeld op als een werknemer meer fouten maakt dan collega’s in een vergelijkbare functie. Of het lukt iemand maar niet om een opleiding met goed gevolg af te ronden, terwijl collega’s wel slagen.

Lees hier het volledige artikel en de indicatoren van CINOP voor onvoldoende taalvaardigheid.