onderzoek

Primary-Grade Educators and Adult Literacy: Some Strategies for Assisting Low-Literate Parents

Basisscholen en leerkrachten zijn belangrijk voor laaggeletterde ouders. Ze kunnen laaggeletterde ouders doen inzien dat zij een kritieke factor bij de onderwijsprestaties van hun kind zijn. Ze kunnen ouders bijbrengen hoe de school werkt en wat de school en leerkrachten van hen verwachten. En ze kunnen een steun zijn voor andere leerkrachten die direct met laaggeletterde ouders werken.

In dit artikel worden aanbevelingen gedaan voor hoe leerkrachten laaggeletterde ouders kunnen ondersteunen. Hoe ze gezinnen en gemeenschappen kunnen inzetten om lees- en schrijfonderwijs buiten de klas te bevorderen. En hoe ze scholen toegankelijker kunnen maken voor wat betreft de taal en praktische zaken.

De invloed van ouders op geletterdheid van kinderen

Leerkrachten moeten allereerst weten waarom de geletterdheid van volwassenen zo belangrijk is voor de ontwikkeling van (geletterdheid van) het kind. Lees- en schrijfonderwijs komt niet alleen in de klas voor, maar ook daarbuiten. Kinderen leven in een gemeenschap en komen uit gezinnen waarin volwassenen en ouders problemen hebben met geletterdheid of door cognitieve, financiële of sociale redenen niet in staat zijn de geletterdheid van hun kind te steunen. Kinderen van laaggeletterde ouders hebben meer kans om zelf ook laaggeletterd te worden. Laaggeletterde ouders helpen minder met schoolwerk, zijn minder aanwezig bij schoolactiviteiten en communiceren minder met de leerkracht van het kind. Kinderen lopen meer risico op een slechte gezondheid omdat hun ouders bijvoorbeeld niet goed de bijsluiters, afsprakenkaarten en andere medische teksten kunnen lezen.

Bevorderen van ouderbetrokkenheid vanuit school

Scholen kunnen zorgen dat ouders meedoen met programma’s en activiteiten door toegankelijker te worden, door leesmaterialen in leesbare taal en/of in meerdere talen beschikbaar maken en door schoolactiviteiten op tijden te plannen waarop veel ouders aanwezig kunnen zijn. Scholen kunnen manieren ontwikkelen waarmee ouders en leerkrachten beter met elkaar kunnen praten, zoals flexibele afspraaktijden, toegankelijke docentenpostvakken, schoolrondleidingen etc. Daarbij kan elke ouder helpen met schoolactiviteiten. Ook kunnen scholen oudercontactpersonen (personen die fungeren als tussenpersoon tussen school en ouder) inschakelen, informatie verschaffen over de mogelijkheden van volwasseneneducatie op het gebied van geletterdheid en verder onderwijs en informatie over (school)activiteiten verspreiden op lokale tv en radio en flyers in publieke ruimtes). Scholen kunnen meer ouders naar gezondheidsonderwijs toeleiden door praktische maatregelen: geschikte tijden, vervoer, kinderopvang en taal.

De omgeving als bron van leren

Leerkrachten kunnen laaggeletterde ouders steunen door de omgeving van de leerling, de familie en gemeenschap, te gebruiken als bron van leren. Zo ontstaan er mogelijkheden voor lees- en schrijfonderwijs buiten de klas. Bij het geven van informatie kunnen leerkrachten de leesbaarheid van de tekst controleren, de tekst niet te lang te maken en visuele hulpmiddelen zoals afbeeldingen en iconen gebruiken. Ook zou het goed zijn om informatie in meerdere talen af te drukken, of ouders erop te wijzen dat de tekst belangrijk is en dat iemand hem voor ze moet vertalen.

Aanpassing huiswerkopdrachten

De meeste huiswerkopdrachten die ouders thuis met hun kinderen moeten doen, zijn lastig voor laaggeletterden. Daardoor kunnen ze een averechts effect hebben. De huiswerkopdracht kan daarom aangepast worden: de leraar doet bijvoorbeeld een discussie aan de hand van een boek voor in de klas en kinderen herhalen die discussie thuis met hun ouders. Vervolgens vertellen ze op school hoe de discussie is gegaan.

Ouders betrekken bij schoolactiviteiten

Ouders kunnen om verschillende redenen te weinig tijd hebben om mee te doen met schoolactiviteiten. Leerkrachten moeten er dan voor zorgen dat die ouders toch betrokken zijn. Dit kan door middel van familieavonden waardoor leerkrachten het lesmateriaal wat meer op de leefwereld van de leerlingen kan afstellen, of door de kinderen hun ouders te laten interviewen, hun buurt te laten beschrijven, familieverhalen te delen etc. Zo leert de leerkracht over het dagelijks leven van de leerlingen.

Koppeling aan andere thema’s

De leerkracht kan een koppeling maken met de gezondheidszorg door onderwerpen hierover in het curriculum op te nemen. Bijvoorbeeld: het bespreken van de Schijf van Vijf en kinderen thuis bij laten houden wat ze eten en hoeveel ze bewegen zodat de ouders hierbij ook betrokken worden.

Meer informatie