onderzoek

Interview: Framinganalyse geeft overzicht in beeldenchaos

Framing: we doen het allemaal – en we doen het de hele tijd. Maar: dat zijn we ons niet bewust. Voor Sarah Gagestein, directeur van Bureau Taalstrategie, is dat wel anders. Zij maakte van framing haar specialisme en schreef er twee boeken over. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Hans Hindriks, projectleider van Tel mee met Taal, haar vroeg om te onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen laaggeletterdheid willen verminderen.

“Het frame dat je kiest, bepaalt de invloed die je hebt”, stelt Sarah Gagestein. “Zodra je een verhaal gaat vertellen, kies je hóé je dat doet: welke woorden gebruik je, hoe zet je de ander neer – als slachtoffer of als iemand die actief zelf voor verandering kan zorgen? Een frame is als het ware een denkraam.”

Onbewust framen

Dat we vaker framen dan we denken, bleek wel tijdens het afnemen van het interview. Sarah wees mij erop dat ik onbewust aan framing deed. Ik vond dat we – zeker op een website over laaggeletterdheid – niet te ingewikkeld moeten schrijven. Volgens Sarah heb ik inhoudelijk helemaal gelijk, maar kan hieronder het denkbeeld zitten van ‘als je het te moeilijk maakt, snapt de ontvanger het natuurlijk niet meer’. Dat impliceert dat de laaggeletterde zijn taalniveau niet hoeft te verhogen, maar dat de zender het taalniveau moet verlagen. Sarah: “Als we op die manier naar laaggeletterdheid kijken, zal de laaggeletterde zelf wellicht denken: het ligt niet aan mij. Of de hulpverlener denkt: ik hoef dit niet op te lossen.”

dat impliceert dat de laaggeletterde zijn taalniveau niet hoeft te verhogen

Aan de slag gaan – of niet

Hans Hindriks, projectleider van Tel mee met Taal en initiator van het onderzoek, merkte dat er op heel veel manieren over laaggeletterdheid wordt gesproken. En dat de ene manier effectiever is dan de andere. Hans: “Ik zag ook dat de manieren – de frames – door elkaar werden gebruikt .” Sarah vult aan: “En dat terwijl de manier waarop iemand over laaggeletterdheid praat ervoor kan zorgen dat mensen aan de slag gaan of denken: dit is niets voor mij.”

Zes frames, zes invalshoeken

Uit Sarahs onderzoek komen zes frames naar voren: het meedoenframe, het negatieve-spiraalframe, het kostenpostframe, het te-ingewikkeldframe, het geen-kansframe en het typisch-x-frame. Elk frame zet laaggeletterdheid op een bepaalde manier als probleem neer, met steeds een andere rol van de laaggeletterde zelf en andere verantwoordelijken voor een oplossing. Sarah: “Het ene frame helpt je verder dan het andere. Zo blijkt het voor laaggeletterden heel vervelend te zijn om in de slachtofferrol geduwd te worden.” Volgens Sarah is het nuttiger om iemand te laten zien welke successen er te behalen zijn. “Focus op de winst en niet op hoe zielig het is.

 

het geeft overzicht in beeldenchaos

 

Oorzaak aanpakken

Op de vraag waarom de keuze viel op framinganalyse, heeft Hans direct een antwoord: “Het geeft overzicht in een beeldenchaos.” Hans vertelt dat er over laaggeletterdheid allerlei beelden bestaan. “Mensen geven interpretaties, doen aannames en schetsen oplossingsrichtingen die soms minder goed aansluiten bij de probleemanalyse. Als je laaggeletterdheid bijvoorbeeld beschrijft als in hoofdzaak een economisch probleem, dat overheid geld kost, dan is het minder logisch om voor de oplossing schuldhulpverleners, re-integratiebureaus en wijkteams aan te spreken.

Werkwijze

Sarah legt uit hoe Bureau Taalstrategie – dat onderzoek doet, frames ontwerpt en beleidsmensen adviseert over zinvolle taal – te werk is gegaan om de frames te vinden: “Eerst verzamelen we allemaal materiaal, zo breed en verschillend mogelijk. We struinen kranten en online nieuwswebsites af, bekijken websites van betrokkenen, kijken wat de politiek erover zegt. Ook Facebook en Twitter leggen we onder de loep, op zoek naar reacties en meningen over het onderwerp. Vervolgens gaan we het materiaal met elkaar vergelijken en maken er als het ware verschillende stapeltjes van. We filteren hieruit het verhaal ‘tussen de regels’. Dat maakt de frames zichtbaar.”

Kostenpostframe

Een veelgebruikt frame is het kostenpostframe, over de economische consequenties van laaggeletterdheid. Sarah: “Dit frame schetst een negatief beeld van de laaggeletterde als financiële last en geeft geen duidelijke oplossingsrichting. Opvallend is dat dit frame vaak wordt gecombineerd met de oproep om meer te investeren. Maar dat is helemaal geen logische koppeling, want waarom zou je nog meer geld uitgeven aan iets wat al duur is?”

 

 

Meedoenframe & negatieve-spiraalframe

Een ander frame dat Sarah vaak tegenkomt is het meedoenframe. Dit laat zien hoe ongelooflijk lastig een lage taalvaardigheid is voor de laaggeletterde zelf. Deze benadering heeft volgens Sarah een ongewenst bijeffect: “Mensen kunnen denken: vervelend voor hem, maar het is ook zijn probleem en hij moet het oplossen.” Ze legt uit dat je het probleem van een individu ook in een breder perspectief kunt plaatsen, en dan wel bijdraagt aan een oplossing. “Je kunt het ook maatschappelijk bekijken en zeggen: in Nederland willen we dat iedereen een kans krijgt om te werken, te stemmen en gezond door het leven te gaan. Dat is de invalshoek van het negatieve-spiraalframe: de hele maatschappij heeft er iets aan.

Expertgroep

Bureau Taalstrategie heeft de frames voorgelegd aan een expertgroep van betrokkenen – hulpverleners, programmadirecteuren van taalprogramma’s, beleidsmedewerkers. Het negatieve-spiraalframe blijkt het meest kansrijke om in te zetten. Sarah: “Als je laat zien wat de maatschappelijke consequenties zijn, voel jij je als niet-laaggeletterde ook meer betrokken.” Hans wil nog wel iets aan de naam van het frame doen. “Ik noem het liever het nieuwe-kansenframe. Want het gaat er natuurlijk om dat je die negatieve spiraal kunt omkeren in een opwaartse spiraal.”

Juiste insteek kiezen

Hans: “Nu de frames in kaart zijn gebracht, zijn we ons meer bewust van de verschillende manieren om in actie te komen en welke insteek we kunnen gebruiken. Voor veel van onze partners is het negatieve-spiraalframe heel waardevol. Wellicht kiest de SER of een werkgeversorganisatie toch meer een economisch frame. En het geen-kansframe biedt juist een kans voor scholen: het laat zien hoe belangrijk het is om kinderen letterlijk bij de les te houden; als je ze verliest achter in de klas, kijkt niemand naar ze om en verlaten ze kansloos de school.”

Het onderzoek in de praktijk

Tot slot vragen we Hans hoe Tel mee met Taal het onderzoek in de praktijk gaat brengen. “Het onderzoek biedt concrete handvatten aan iedereen die wil communiceren overaan laaggeletterdheid. Van beleidsmakers tot huisartsen en van gemeenten tot scholen. En alle partners van Tel mee met Taal. Het onderzoek laat zien hoe we met z’n allen de gewenste gedragsverandering kunnen realiseren. Daarnaast geeft het inzichten in de communicatie van onszelf en die van onze partners.”

 

Download hier het rapport: Rapport framing laaggeletterdheid