onderzoek

Father Involvement and Family Literacy

Vaderbetrokkenheid is een relatief nieuw onderzoeksonderwerp. Onderzoek naar vaders gaat vaak over de effecten van hun afwezigheid. Factoren die een rol bij vaderbetrokkenheid spelen zijn: sociale verwachtingen, de gezinscultuur, de tradities en het contact met familieleden en sociale instellingen.

Kinderen van twee-oudergezinnen waarin de vader redelijk of zeer betrokken is, doen het beter op school. Ze staan positief ten opzichte van het onderwijs, halen hogere cijfers. Kinderen met vaders die bij hen wonen maar desondanks zeer betrokken zijn, boeken dezelfde resultaten.

Wanneer je de betrokkenheid van vaders en moeders vergelijkt, is het duidelijk dat vaders minder betrokken zijn bij school. Dit is een gevolg van de traditionele rolverdeling. Daarbij kan komen dat vaders niet thuis wonen, een slechte relatie met de moeder van hun kind hebben, vaak werken, of om een andere reden niet beschikbaar zijn. Dat de vaders minder betrokken zijn heeft ook zijn invloed op de  family literacy programma’s: De instructie, de materialen en de manier van ouder-kind-interactie zijn vaak niet op vaders afgestemd.

Vaderschapsprogramma’s en praktijk, een overzicht van de programma’s

De praktijk van programma’s voor vaderbetrokkenheid is sneller gegroeid dan de theorie kan bijhouden; er is nog weinig systematische onderbouwing voor het functioneren en over de effecten.

Bestaande vaderschapsprogramma’s zijn vaak gericht op gezinnen met lage inkomens. Ze variëren op verschillende manieren:

  • Op het gebied van de situatie van deelnemers (inwonend/niet inwonend)
  • De doelgroep van het programma (alleen vaders, mannen in het algemeen of ook voor moeders)
  • Het doel van het programma (werkgelegenheid, sollicitatietraining, ondernemerschap, kinderondersteuning en vaderschapstesten, gezinshereniging)

Geletterdheid en vaderschapsprogramma’s vormen een ingewikkelde combinatie. Geletterdheid is vaak niet het belangrijkste onderdeel van een programma. Veel programma’s zijn gericht op meer zichtbare problemen zoals werkloosheid en armoede. Men heeft vaak geen weet van de behoeften van de vaders en van de hulpmiddelen die beschikbaar zijn. Ongeletterdheid en ongecijferdheid staan het dagelijks leven en ook de participatie aan de programma’s in de weg. Educatie ligt dus aan de basis van het functioneren van vaders. Gezinsprogramma’s kunnen hier aan werken. Er er moet dan wel aandacht zijn voor de wervingsstrategieën en praktische zaken, bijvoorbeeld het tijdstip waarop de cursus wordt aangeboden.

Er zijn verschillende gezinsprogramma’s die zich bezighouden met vaders. In Focus on Fathers krijgen vaders steun in hun ouderrol, bij werkloosheid en justitiële problemen. Het Fatherhood Initiative Program is vooral bedoeld voor vaders met een laag inkomen, die geen voogdij over hun kinderen hebben en niet thuis wonen. Changing Fatherhood functioneert vooral via sociale netwerken en heeft een doorverwijzende functie.

Onderzoek

Vaderprogramma’s moeten verschillende uitdagingen aangaan, zoals de beperkte tijd die vaders beschikbaar hebben, de verscheidenheid aan soorten vaders, werkloosheid en socio-economische behoeften van vaders en het feit dat veel vaders niet thuis wonen of geen voogdij hebben.

Er zijn twee onderzoeksgebieden bij vaders in geletterdheidprogramma’s:

  • De vergelijking van vaders en moeders wat betreft hun begrip van en reactie op het leren van hun kind. Daarbij is ook van belang hoe vaders de geletterdheid van hun kind begrijpen.
  • Onderzoek naar de rol van programma’s en de manier waarop vaders in family literacy-programma’s gesteund worden.

Vaders willen betrokken zijn en reageren positief als programma’s aansluiten bij hun interesses, geschiedenis en cultuur. Er is onderzoek nodig dat meer inzicht geeft in de ervaring van vaders met geletterdheid, hun doelen voor hun kinderen en hun verwachtingen van gezinsprogramma’s.

Aanbevelingen

  • De drukbezette veeleisende levens van de vaders die bij de programma’s aanwezig zijn, vormen een factor om rekening mee te houden.
  • Nieuwe technologieën zorgen voor nieuwe mogelijkheden om vaders mee te krijgen.
  • Niet alleen family literacy-programma’s, maar ook andere vaderprogramma’s moeten werken aan het meekrijgen van vaders en het in kaart brengen van hun interesses.
  • Meer onderzoek. Hoewel er al veel veranderd is en vaders directer betrokken lijken, is er nog beperkt empirisch bewijs of vaderbetrokkenheid een verschil maakt in hun eigen geletterdheid of die van hun kinderen.
  • Besteed aandachtaan de samenstelling van groepen. Vaders voelen zich vaak ongemakkelijk in een groep die voornamelijk uit vrouwen bestaat. Dit heeft betrekking op zowel deelnemers als docenten van het programma. Voor vrouwen geldt dit overigens ook: zij voelen een machtsverschuiving als mannen gaan meedoen. Aandacht voor hoe vaders benaderd worden om aan programma’s mee te doen is noodzakelijk.
  • Besteed aandacht  aan hoe docenten van de programma’s omgaan met vaders, vooral als hun achtergrond (etnisch en socio-economisch) anders is.
  • Ook de ontwikkeling van lesstof behoeft aandacht en aanpassing. Curricula voor moeders laten zich niet zomaar naar vaders vertalen. De rol van vaders moet apart van de rol van moeders gezien worden. Daarnaast moeten er ook gemeenschappelijke doelen voor vaders en moeders gevonden worden.
  • Succesvolle modellen (zoals Head Start) kunnen effectief worden gebruikt om een overgang te creëren, bijvoorbeeld om scholen voor te bereiden op vaderbetrokkenheid. Ook kunnen nieuwe technologieën en netwerken gebruikt worden om vaders te betrekken in family literacy- en vaderschapsprogramma’s.
  • Al met al moeten veel heersende verwachtingen herzien worden. Ook materialen moeten bijgesteld worden. En docenten van programma’s moeten anders voorbereid worden.

Meer informatie