gezin

Kersverse ambassadeur laaggeletterdheid: jeugdarts Van Klei

Jeugdarts Céline van Klei is de kersverse – en eerste – ambassadeur laaggeletterdheid. Een functie die in het leven is geroepen door AJN Jeugdartsen. “Elke kans die ik krijg om laaggeletterdheid te bestrijden, ga ik aanpakken. Ik wil dat straks iedere zorgprofessional weet hoe een laaggeletterde denkt, leert en onthoudt.”

Bewustwording, samenwerking en concrete resultaten
Nadat Céline van Klei een artikel schreef over laaggeletterdheid en hierover een presentatie gaf op de , vroeg de vereniging van jeugdartsen, de AJN, haar om ambassadeur laaggeletterdheid te worden. Van Klei voelt zich vereerd. Ze vat het ambassadeurschap samen als: bewustwording, samenwerking en concrete resultaten in de wijk.

Van Klei: “Ik zet overal in op het onderwerp laaggeletterdheid: in mijn werk als jeugdarts, bij de samenwerking met buurtteams en bij vakgenoten. Ook zie ik het als mijn taak om de jeugdgezondheidszorg ervan bewust te maken dat laaggeletterdheid zo veel voorkomt.

Minder taal, meer beeld
Laaggeletterde ouders gebruiken minder taal in het contact met hun kinderen. Hoe krijgen we die ouders nu beter aan het praten met hun kinderen? Dat is een vraag die binnen de jeugdgezondheidszorg leeft. We vragen Van Klei hoe zij hier een bijdrage aan wil leveren. “Ik wil bereiken dat het contact met ouders minder talig is. Dat we veel meer beeld en video gaan gebruiken. Als we iemand geen folder meegeven, maar een filmpje laten zien, bereiken we veel meer. Daarnaast is het belangrijk dat de teksten die we gebruiken op B1-niveau geschreven zijn. Als dit allemaal soepel loopt, is mijn missie geslaagd.”

Centrum voor jeugd en gezin: ideale plek voor preventie
Van Klei werkt als jeugdarts op het consultatiebureau in Kanaleneiland, een achterstandswijk in Utrecht. Haar interesse voor het onderwerp laaggeletterdheid komt rechtstreeks voort uit haar werk. Op haar spreekuur voor kinderen van 0 tot 4 jaar merkt ze elke dag hoe belangrijk taalontwikkeling is. En dat je juist daar, aan het begin van de keten, veel aan preventie kunt doen.

Van Klei: “Op mijn spreekuur komen veel mensen met een niet-westerse achtergrond die het Nederlands niet beheersen. Of ze spreken het wel, maar vinden lezen en schrijven lastig. Daardoor zijn ze moeilijker bereikbaar voor de jeugdgezondheidszorg: ze komen niet op afspraken of begrijpen onze adviezen niet.”

Hoe ga je hiermee om? “Ik stimuleer ouders om al met hun baby te praten. We zetten actief in op BoekStart en doen voor hoe je kunt voorlezen.”

BreinBouwers: spelenderwijs de taal leren
Een mooi hulpmiddel hierbij is de pilot BreinBouwers, ontwikkeld door studenten van de Hogeschool voor de Kunsten. Dertig kaartjes met een tekening en heldere tekst laten laagtaalvaardige ouders zien hoe ze met hun kind kunnen praten. Bijvoorbeeld: speel kiekeboe tijdens de afwas door je achter de theedoek te verstoppen.

Van Klei: “Ik deel de kaartjes uit tijdens het spreekuur en laat ouders zo zien dat ze de hele dag door contact kunnen maken met hun kind; ze hoeven er niet speciaal voor te gaan zitten. Het lijkt misschien voor de hand liggend, maar ik merk vaak dat ouders denken dat ze hun kind leren praten door woordjes te oefenen. Ze wijzen dingen in de kamer aan en zeggen dan: ‘Dat is de kast, zeg mij eens na’, terwijl het kind met een autootje aan het spelen is. Ik adviseer ze: sluit aan bij wat je kind aan het doen is en praat daarover.”

 

http://ajnjeugdartsen.nl/

http://www.boekstart.nl

https://www.volksgezondheidsmonitor.nl/