algemeen

‘Help de groep Amsterdammers die niet goed kan lezen’

Veel Amsterdammers kunnen niet goed lezen of schrijven. Vooral in Nieuw-West, Noord en Zuidoost komt dat voor: ongeveer 1 op de 3 inwoners in deze stadsdelen is laaggeletterd.

Het merendeel van hen is geboren en getogen in Nederland. Mensen die laaggeletterd zijn, zijn geen analfabeten. Ze kunnen wel lezen en schrijven, maar beheersen niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3.

Laaggeletterdheid heeft enorme gevolgen voor deze Amsterdammers: ze leven korter en ongezonder. Ze kampen vaker met armoede, ze hebben minder kans op een baan en kunnen niet altijd meedoen met het sociale leven.

Daarnaast kost laaggeletterdheid de samenleving enorm veel geld: bijna 1 miljard euro per jaar volgens PricewaterhouseCoopers. De grootste posten zijn extra zorgkosten, uitkeringen en gemiste arbeidsproductiviteit, aldus PwC in een rapport uit maart 2017. De 5 miljoen euro die het kabinet Rutte-III uittrekt om laaggeletterdheid aan te pakken, is daarom nogal mager.

Dat is vooral gericht op spreekvaardigheid, lees- en computerles aan Amsterdammers die niet in Nederland zijn geboren. Dat is merkwaardig, omdat verreweg het grootste deel van de laaggeletterden in Nederland is geboren.

Instroom moet stoppen

Ook in Amsterdam is er een aanpak tegen laaggeletterdheid. Die heeft tot nu toe nog niet aantoonbaar tot minder laaggeletterden geleid. In een aantal stadsdelen, zoals Noord, is aanvullend beleid opgesteld.

Ook is er onvoldoende geld beschikbaar, wat bleek tijdens de bespreking van het Taalplan Noord 2017.

Er zitten goede onderdelen in de Amsterdamse aanpak, zoals een koppeling met de werkloosheidsaanpak, betere samenwerking tussen diverse instanties, een verbinding met het armoedebeleid van de gemeente en een poging om laaggeletterdheid beter te signaleren.

Toch is er méér nodig om het aantal laaggeletterde Amsterdammers echt af te laten nemen.

Om de laaggeletterdheid in Amsterdam echt af te laten nemen, moet als eerste de instroom van nieuwe laaggeletterden stoppen. Daarom moeten meer jongeren hun school afmaken.

Tot 2014 nam het aantal voortijdig schoolverlaters in Amsterdam drastisch af. Dat was het gevolg van aandacht voor leerlingen die niet op school verschijnen en een goede samenwerking tussen onderwijs, zorg, leerplicht en jongerenpunten.

Daarnaast was de afgelopen jaren geïnvesteerd in het beter begeleiden van jongeren bij de overstap van vo naar mbo en bij tussentijdse wisselingen van opleiding.

In 2016 zouden er volgens het college jaarlijks maximaal 1000 nieuwe voortijdig schoolverlaters mogen zijn. Maar het college haalt dat aantal bij lange na niet.

Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters daalt niet meer, en ligt de afgelopen jaren met jaarlijks bijna 1350 nieuwe schoolverlaters meer dan 30 procent boven het doel dat wethouder Kukenheim zich had gesteld. Daarom zal onderzocht moeten worden waarom het aantal niet verder daalt, en hoe een verdere afname van het aantal voortijdig schoolverlaters mogelijk is.

Toch onvoldoende

Naast de voortijdig schoolverlaters is er ook een te groot aantal leerlingen dat de school wel afrondt, maar toch onvoldoende kan lezen. Gemiddeld een op de tien kinderen, blijkt uit een rapport van de stichting Lezen en Schrijven.

Van de mbo-2 leerlingen heeft zelfs nog geen twee derde een voldoende voor het examen Nederlandse taal. Zij maken een grote kans op laaggeletterdheid.

Belangrijk is dat de ontwikkeling van lees- en schrijfvaardigheden niet uitsluitend plaatsvindt op school, maar ook buiten school.

De ouders hebben hierbij een belangrijke rol. In Amsterdam kan wellicht ook de nieuwe aanpak in Noord-Brabant helpen die zich vooral richt op de werkgevers. Want meer dan de helft van de laaggeletterden heeft wel een baan.

Volgens PwC is het bedrijfsleven een belangrijke plek om laaggeletterdheid te traceren.

Werkgevers van sectoren waar relatief veel laaggeschoolde arbeid wordt verricht, zoals de bouw, de schoonmaak en productiebedrijven, hebben er baat bij dit probleem aan te pakken aldus PwC. Er worden nu bijvoorbeeld fouten gemaakt die voorkomen hadden kunnen worden, en het ziekteverzuim kan omlaag.

Toch staan ondernemers niet te juichen, bleek uit een rapportage van EenVandaag. Het college van Amsterdam moet zich daardoor niet uit het veld laten slaan, en erop vertrouwen dat het bedrijven de meerwaarde van een gezamenlijke aanpak kan laten zien.

Bron: Het Parool